EMHC - EMHC Geschiedenis
26 Mei 2013 
U bevindt zich hier: Club - EMHC Geschiedenis
 

Club info

 


De geschiedenis van EMHC (1958-1983) 
Persoonlijke herinneringen aan EMHC, door Jan Willem Buij. 

(Redactionele noot: Zie opmerkingen bij nieuws )

 

EEN GREEP UIT ONZE RIJKE EMHC-HISTORIE

Al surfend hier in mijn woonland Spanje kwam ik onlangs uit op de EMHC-website. Ik tikte daar het hoofdstuk “EMHC- geschiedenis” aan om eens lekker rustig door die talrijke historische feiten te gaan grasduinen. Maar helaas, ik trof daar wel een vrij generieke en opbeurende tekst, maar eigenlijk niets over de werkelijke historie van onze grote hockeyclub, die in het verleden in de allerhoogste landelijke top vele jaren zwaar meetelde.

Hoe ik op die site kwam trouwens? Ach, noem het “vreemd magnetisme” of “mysterieuze krachten in de sport”. Je hebt daar aan de Aalsterweg per slot van rekening niet voor niets zoveel emmers bloed, zweet en tranen achtergelaten. Dan heb ik het over de jaren 1958 tot 1983 en dat is zomaar een kwart eeuw. Dan blijft de telefoonlijn met die club eigenlijk altijd open, ongeveer als bij een gesprek in de wacht. Ook dus zonder direct mondeling contact.

Welnu, ik schreef over het inhoudelijk ontbreken van die toch roemrijke historie van EMHC via e-mail een kattebelletje aan de site-beheerder. En toen kwam er een antwoord van een zeer vriendelijke meneer Egied Hannen, die het eigenlijk best met mij eens was. En die mij meteen maar verzocht hem te helpen om die gaten wat op te gaan vullen, zoals bij een slecht onderhouden winterse weg.

Dus zei ik hem vrij achteloos toe mijn best te willen doen. Tja, want er vliegen inderdaad soms nog wel enige verdwaalde, roodzwarte vlinders door mijn hoofd. Maar ja, als ik die eruit ga laten vliegen, dan zullen zij toch altijd slechts mijn vlinders zijn, gezien door mijn roodzwarte bril. En ooit dus opgeslagen in mijn roodzwarte hersenpan. Vergeef het mij dus als de rest u dus verder niet bevalt, don´t shoot the pianist! Ik bedoel maar: veel van wat ik neerpen zal helaas subjectief zijn, de belevenissen van slechts mijzelf.

O ja, ik zal me dan eerst maar even voorstellen. Al zou je je tijdens je actieve loopbaan nooit hebben kunnen voorstellen, dat je jezelf als jarenlange aanvoerder van Heren 1 en oud-international bij je eigen club EMHC nog eens zou moeten gaan voorstellen. Juist ja, de tijd vliegt dus, roem vergaat snel en in de krant van gisteren gaat vandaag de verse haring.

Welnu, uw schrijver dezes heet Jan Willem Buij. Hij was lid van EMHC tussen 1958 en 1983. Hij pakt voor u op verzoek, of laten we maar naar de ik-vorm gaan: ik pak die handschoen dus maar op om u iets over de EMHC-historie te vertellen. Maar ja, dan rijst meteen de vraag: hoe doe je zoiets en waar begin je dan in hemelsnaam? Want je staat direct al voor het feit, dat je veel jaren gewoon helemaal niet hebt meegemaakt van die 90 jaar die er nu bijna op zitten. Ik heb mijn hersenen daarover eerst maar eens een paar dagen gepijnigd. En uiteindelijk heb ik besloten het historische balletje maar gewoon in “mijn eigen” periode ergens aan het rollen te brengen. Dan rollen we – naar ik hoop - vanzelf van het ene naar het andere schilderij, opgehangen aan de roodzwart verlichte wanden van ons aller EMHC-museum.

 

We starten onze rondvaart dan bij niet zomaar een wedstrijd. Nee, ik parachuteer de lezer plof! midden in een wedstrijd van EMHC-Heren 1 om niets minder dan het Landskampioenschap van Nederland. Om precies te zijn in mei 1962 in de razend spannende wedstrijd EMHC-Amsterdam, die helaas met 2-4 voor EMHC verloren ging, waardoor Amsterdam – en nét niet EMHC – landskampioen bij de heren werd. En dan maken we al pratend een lekkere historische olievlek van die wedstrijd.

 

Wat gebeurde? In die jaren stond de zeer ervaren Hub Lemmens wekelijks als keeper tussen de palen, maar omdat Hub en zijn zo beroemde en fenomenale hockey-echtgenote Trix Lemmens-Nillesen(óók EMHC) een dochter kregen op die zomerse dag, kon en wilde Hub helaas niet meespelen. Daardoor kwam Jan Creemers uit Heren 2 plotseling op doel in die belangrijke wedstrijd en…..die liet daar zijn wenkbrauw - hevig bloedend – openslaan. Daardoor mocht uw schrijver als net 16-jarige het plotseling verder als jong keepertje tussen de wereldberoemde grote jongens gaan opknappen. Zijn debuut had hij overigens al bij Heren 1 als keeper meegemaakt een jaar eerder als 15-jarige in een bekerwedstrijd tegen Gooische, maar dat verder terzijde. Trouwens wel jong, hoor, voor een keeper op dat niveau.

Maar goed, terug naar mei 1962. Amsterdam scoorde drie maal uit een strafbully, zónder dat de bal ooit over de doellijn was geweest. Drie keer snel en nerveus die sticks tegen elkaar en dan….afhouden, voetje tegen de bal en pats….alweer een strafgoal tégen EMHC. Zo ging dat toen nog en dat is met de komst van de strafbal in 1963 gelukkig geheel veranderd. Die lag toen in zijn begindagen nog op 7,31 meter van het doel en is pas enkele jaren later een aardig stukje dichterbij gaan liggen.

Bij het in die dagen schier onverslaanbare sterrenteam van Amsterdam liepen internationals rond met toen hele grote namen als keeper Lau Mulder(Olympische Spelen Londen en Helsinki), de broers Nico en Frans Spits(later met Nederland wereldkampioen in 1973), de baltovenaar Jaap Voigt , Chris Mijnarends, Hans Wagener en Charles Coster van Voorhout. Jaap Voigt en ook Chris Mijnarends zouden heel wat later zelfs nog lid worden van ons eigen EMHC.

En aan EMHC-kant in die wedstrijd had je grote namen als Budel´s burgemeester Harrie Derckx, toen al 43 jaar. Ik stond achter hem te keepen en was toen dus pas 16, wat een verschil! Harrie was – net als Lau Mulder – ook al twee maal deelnemer voor Nederland aan de Olympische Spelen(Londen 1948 en Helsinki 1952). Harrie was fenomenaal en kon als back een bal echt totaal onzichtbaar met de voet stoppen. Iedereen wíst het , niemand kon het echter zien. Als keeper hóórde je het alleen. Maar dan keek Harrie volstrekt onschuldig om zich heen en speelde stoïcijns verder. Ik vond dat altijd weer heel komisch, omdat die act zó perfect was! Crime pays!

En je had bij EMHC international Ab van Grimbergen. Hij miste in extremis de Olympische Spelen van Melbourne in 1956 door de Nederlandse terugtrekking in verband met de Russische inval in Hongarije dat jaar. Ab huwde de zo elegant spelende rechtsbinnen van Dames 1, Josje Heezemans, ook al international. Samen zijn zij de vader en moeder van de ook zo bekende international Maarten, die met name bij Klein Zwitserland in Den Haag veel roem zou oogsten. Ab zou later in 1973 de coach zijn onder wiens leiding ons land in Amstelveen voor de eerste maal in de geschiedenis Wereldkampioen bij de mannen zou worden.

 

We gaan maar weer even terug naar 1962. Verder had je in dat EMHC Heren 1 van toen het overal gevreesde strafcornerkanon Jos Maassen, vader van onder anderen oud-EMHC-er Bas, die - net als zijn vader – later ook in Heren 1 speelde. Jos sloeg strafcorners zó hard tegen de plank of in de touwen, dat de bal vaak tot de rand van de cirkel terugkaatste. En dan telde het doelpunt niet, als zijnde “niet waargenomen”…..Tja. Hij kon trouwens ook een strafbal onzichtbaar hard in de bovenhoek leggen.

Ook stond in dat team als razendsnelle en getructe rechtsbuiten “Mister EMHC” zélf: Wil Donders(Erelid van EMHC). Voor wie hem gekend hebben was Wil de totaal onvergetelijke hockeyvriend, aan wie de club gedurende een halve eeuw enorm veel te danken heeft gehad. Clubliefde, humor, zelfspot, altijd dienstbaar en aanspreekbaar. Wil ontviel ons in 1991 op 64-jarige leeftijd.

Andere namen in dat Heren 1-team waren supertalent en linksbinnen Hans Damen, linksbuiten Wim Martens(met de harde backhand en broer van EMHC-international Len en van latere eerste elftalspelers Robbie en Piet) en linkshalf Kees van der Valk, die van Laren kwam. En je had als rechtshalf “oer-EMHC-er” Jan van Hoek. Jan nam altijd de rust en tijd om met mij op een klein stukje -vergeten land achter het hoofdveld urenlang aan het perfectioneren van de keepers-techniek te werken. Gewoon omdat hij een aardige vent was en daarin dus gewoon heel sympathiek zijn tijd stak. Die uren maakten diepe indruk op mij en bleken wat later nuttig “like hell”.

Ook zo´n andere “oer-EMHC-er” in dat team was rechtsback Leo van Wayenburg. Leo was een telg uit de familie Van Wayenburg, om wie heel EMHC in die jaren zo ongeveer draaide en die - net als de ook nu nog altijd zo nijvere familie Martin - dag en nacht in touw waren voor ons aller EMHC. Deze families zijn niet genoeg te prijzen voor al hun inspanningen en er waren er een aantal méér in die dagen, net als nu ongetwijfeld, die altijd maar zorgden en zorgen, dat het de club goed voor de wind ging en nog gaat. Ze zijn de gouden iconen die eigenlijk ononderbroken reeksen eremedailles op de EMHC-borst zouden moeten torsen. Want ze verdienen ze zó enorm!

 

Die mooie, zonovergoten wedstrijd in mei 1962 werd nog gespeeld op écht gras, even tevoren nog millimeter-gemaaid op bevel van Charles Roels senior, Erelid van EMHC evenals zijn echtgenote. Charles senior was in die dagen de grote directeur van het Eindhovense Sportpark. Er werd onder zijn supervisie wekelijks op ons hoofdveld heel wat gemaaid, gestreeld, gesproeid, geknipt, geprikt en gerold en dat maakte die EMHC-grasmat van toen tot één van de allerfraaiste van heel Nederland. Samen met het ongelooflijk mooie biljartlaken van Venlo op de Herungerberg – waar je als keeper samen met het zeer fanatieke publiek één helft met je achterste bijna in Duitsland stond -en het Amstelveense Wagener-stadion gold de EMHC-mat als het absolute neusje van de zalm in die jaren. Het was voor iedere tophockeyer een geweldige ervaring om op zo´n fantastische grasmat gespeeld te mogen hebben. Menige greenkeeper van een golfbaan had zich er niet voor geschaamd. Het veld was dan ook hélemáál heilig verklaard: niemand mocht er - buiten de wedstrijden van Heren 1 en Dames 1 om - ook maar één teen op zetten. Dat kwam trouwens niet eens in je kop op. Er stond een straffe heg omheen, die duidelijke woorden sprak. Dat was nog eens even iets anders dan die permanent bespeelde kunstgrasmatten van vandaag. Tja, “panta rhei”, alles stroomt en is dus in beweging, zeiden de oude Grieken al. Dus kwam er later – vooral in de jaren ´80 – heel veel gras van kunst en konden de trouwe maaiers voorgoed op stal. In hun plaats kwamen grote sproeikoppen op het veld die op alle momenten van de hockeydag hun fonteinen mochten gaan tonen. En in de rust zag en zie je nu hele hordes dribbelend op de kunstmat. En dat was op die grasmat van veld één van EMHC toen een totaal ondenkbaar gegeven!

 

Ik betrap mezelf er nu al op, dat ik door hier “zomaar” die ene wedstrijd aan te pakken eigenlijk al een aardig stukje EMHC-geschiedenis te pakken heb gehad, zij het wat meer van de mannelijke hoek uit bezien. Die “olievlekgedachte” lijkt zowaar een redelijk bruikbaar instrument. Het lijkt een beetje op puzzelen en langzaam ontstaat er dan misschien een sfeerbeeld uit al die losse stukjes. Zij het nog enigszins beperkt in de tijd.

 

DE GROTE EMHC-FAMILIE

Ik noemde uit die jaren al EMHC-familienamen als Martin, Roels, Van Wayenburg, Donders, Martens, Van Grimbergen, Heezemans, Maassen. En dan denk ik meteen in één adem ook aan namen als Mitzi Vosters, Henk Baekers, Eef van Lidth de Jeude, Pieter Beets, Annie van Genuchten en aan families als Laumans, Katie(Erelid) en Jan Kruseman, Van Lotringen, Anderegg, Hillenius, Koenen, Gooskens, Ter Weel, Nolte, Lemmens, Blommestijn, Treffers, Van Rongen, Van Riemsdijk, Van Brunschot, Ten Berge, Pessers, Van der Meulen, Westerlaken, Kaptein, De Wilde en Gremmen. Zomaar in willekeurige volgorde opgeschreven hier. Dan weet ik helaas zeker, dat ik er zeer spijtig een aantal mis of vergeet, maar ik hoop op een beetje vergiffenis hunnerzijds. Hun aandeel is er namelijk beslist niet minder om geweest. Deze families sponnen het sterke web waarop de club zich alsmaar verder kon ontplooien, voorgegaan in veel vroegere jaren nog door families als Graner, Van Moorsel, De Vries, Elias(Dolf, net als Annetje Otten-Philips en Willem de Vries ook Erelid) en nog een aantal. Zij vormen de gouden bogen en de triomfpoorten waaronder nu al die EMHC-leden zich nog bijna dagelijks en onbewust mogen begeven. Zij waren - en zijn met de anderen van heden - het hart van uw en jullie club, zonder wie EMHC niet zou zijn die het nú is en jarenlang is geweest. Zij legden de basis voor dat roemrijke verleden waarop EMHC zo trots mag bogen, als één van Nederland´s grootste en meest toonaangevende clubs.

De tand des tijds heeft dat mooie plaatje intussen wat aangevreten of wat vriendelijker gezegd: wat bijgekleurd, want EMHC acteert helaas noch bij de Heren, noch bij de Dames meer op het allerhoogste plan. Dat stel ik na al die jaren nog steeds met enige spijt vast. In mijn bescheiden visie moet alles worden gedaan om dat hoge plan weer opnieuw te bereiken, want een club met deze zo rijke historie verdient dat gewoon. Punt.

 

De door mij beschreven wedstrijd uit 1962 werd trouwens in samenvatting uitgezonden(in zwart-wit nog) op “Sport in Beeld” van de NTS, zeg maar de voorloper van het huidige “NOS Studio Sport”.

Ik hoop met het beschrijven van deze ene belangrijke wedstrijd toch een stukje tijdsbeeld te hebben gevangen en zodoende een stukje levende geschiedenis bij zijn staart te hebben gepakt. En het geestige is, dat je al doende ontdekt, dat al die leuke EMHC-riviertjes overal weer eindeloos en oeverloos in elkaar bleken en blijken over te lopen . Hoezo hockey een familiesport?

 

DE CLUB EMHC DOOR DE JAREN

Laat ik voor de lezer trachten zo beknopt mogelijk hier enige feiten te memoreren die belangrijk waren en zijn in het bestaan van EMHC als club. Voor het algemeen historisch besef, zal ik maar zeggen.

De club werd opgericht op 14 oktober 1921 en dat gebeurde vooral op initiatief van Peter Graner. Hij mag gerust de drijvende kracht heten achter het ontstaan. De eerste voorzitter was Dolf van Moorsel en de familie Van Moorsel bleef jarenlang verbonden aan de club, want ook in de jaren ´60 zou nog steeds een Dolf van Moorsel als EMHC-junior in het rood-zwart rondstappen. Penningmeester in dat eerste bestuur was Annetje Philips(zie ook hierboven), de dochter van Anton Philips, en later getrouwd met de fervente sportliefhebber Frans Otten, die vooral zeer bekend werd als president-directeur van de N.V. Philips.

Het allereerste team dat EMHC in de wei bracht deed de “M” in de clubnaam werkelijk alle eer aan, want het bestond uit een talentvolle mix van dames zowel als heren. Die ongetwijfeld speelden met een stick met een héle lange haak en met een bal die veel weg had van een sinaasappel.

Het eerste speelveld lag aan de Oirschotsedijk, u als lokatie allen ongetwijfeld bekend. In het oorlogsjaar 1941 vond de verhuizing plaats van die verre Oirschotsedijk naar “onze” Aalsterweg. Het brein daarachter was – volgens de overlevering – zeer zeker Charles Roels sr., die - zoals eerder hier al aangehaald - bekend werd als Directeur van de Stichting Eindhovense Sportparken. Charles was naast een goed hockeyer ook een verwoed tennisser en alledrie zijn zoons werden later ook lid van EMHC en twee van hen – Charles jr. en Leo – zouden, met altijd veel overgave in hun spel, ook het eerste elftal halen. In dat opvallende “verhuisjaar” was Willem de Vries(net als het echtpaar Roels sr. óók Erelid, zoals al gememoreerd) de man met de voorzittershamer in de knuisten en verder was ook Wim Huyskens lid van dat bestuur. Wim was de vader van Rick, die ook op vele fronten binnen EMHC later zijn forse steun aan de club heeft gegeven.

Het clubhuis in die jaren was een soort van houten keet, die door leden ouder dan uw schrijver altijd met veel liefde en met een soort van heimwee werd beschreven. Hij had kennelijk nogal indruk gemaakt en had een soort hockey-idylle voor hen betekend. Op foto´s uit die jaren zie je een vrij klein, houten huisje, zo op het eerste oog ontdaan van enig comfort, maar wél voorzien van een grote mate van knusheid, die de hockeyende EMHC-dames en -heren na aan het hart bleek te zijn gaan liggen. In de jaren ´50 werd de keet ingeruild voor het ruime paviljoen, zoals EMHC dat nu kent. Echter, met dien verstande, dat het toenmalige paviljoen zoveel verbouwingen en wijzigingen heeft ondergaan in de loop der jaren, dat het huidige paviljoen op leden uit die tijd als totaal onherkenbaar zou overkomen. Buiten het feit, dat toen bovendien álle velden geurend groene grásvelden waren! Kunstgras? Nooit van gehoord toen nog!

Nog een feitje: pas rond 1973 – met de komst van Hoofdklasse - verschenen schoorvoetend de eerste reclameborden rond het hoofdveld en velen vonden dat niet zo´n mooie ontwikkeling. Het hockey ging in die jaren in een fikse stroomversnelling. Er kwamen reclame-uitingen op de trainingspakken, de genoemde borden langs de velden kwamen er en ook kunstgrastapijt kwam schoorvoetend op de agenda´s van de grote clubs te staan. Hoewel die ontwikkeling zich pas begin jaren ´80 kamerbreed en hoog- en laagpolig zou gaan doorzetten. Betaalde coaches met vaste contracten prijkten ineens her en der op de loonlijsten en de topspelers kregen bepaalde emolumenten, zoals reisvergoedingen. In die versnelling moest ook EMHC mee, wilde het de boot naar de top niet gaan missen. Later in dit verhaal zal ik op dit streven van de club nog wat verder terugkomen.

 

De contributies waren laag in die beginjaren ´20, te weten slechts enkele guldens(1 euro = 2,20 gulden) en dat voor een heel seizoen. In het jaar 1948 bijvoorbeeld bedroeg de contributie per seizoen het “enorme” bedrag van zeven en een halve gulden, dus zeg maar drie en halve euro. Als ik het me goed herinner bedroeg in 1958 de junior-contributie die ik toen verschuldigd was aan de club 22,50 gulden. Voor datzelfde bedrag kocht ik meteen bij mijn aantreden ook een paar hele blitse Puma-hockeyschoenen en…kwam daarmee vanaf dag één met grote legguards aan in het doel te staan. Zodat….niemand ze meer kon zien helaas! Wáárdeloos toch, dat keepen?!

De besturen van EMHC in de loop der jaren waren altijd goed en krachtig bezet en kenmerkten zich door een degelijke en zakelijke instelling. Zij wisten zich loyaal gesteund door een mix van EMHC-hockeyers, die vaak vanuit het gehele land kwamen. Allen voorzien van een goed gevoel en respect voor “het Brabantse” en behept met de capaciteit om met elkaar en in zeer goede harmonie en gezelligheid een hele mooie Eindhovense sportmix tot stand te brengen. De N.V. Philips drukte als grote onderneming (toen nog) een flink stempel op de stad Eindhoven en bij EMHC kon je dat beeld in zekere mate ook terugvinden. Of het nu ging om Brabanders, Friezen, Groningers, Drenten, Randstedelingen, Zeeuwen of Limburgers, iedereen voelde zich bij EMHC meteen thuis en volkomen op zijn of haar gemak. In dat opzicht deed EMHC de “M” in haar naam alle eer aan, want de mix van dames en heren was altijd al perfect. En dat gold dus zeer zeker ook voor de rijke mix bij EMHC van al die sportieve leden met hun wortels verder van Eindhoven vandaan.

EMHC is altijd trots geweest op zijn eigen sfeer, zijn openheid, zijn joviale karakter, zijn potentie om een machtig sociaal hockey-netwerk te willen en kunnen zijn. EMHC was groot en groots en telde landelijk jarenlang mee als één van de echt belangrijke hockey-bolwerken. Ook vér buiten Eindhoven heeft de naam EMHC steevast een zeer roemrijke klank gehad. Het was en is een traditierijke club die overal “stond als een huis”. En met leden die zich altijd zeer verbonden met elkaar en de club hebben geweten. Sprekend voor mijzelf en zeker ook heel veel anderen: het was een grote eer en een bijna dagelijkse vreugde om daar een kwart eeuw actief deel van uit te hebben mogen maken!

 

EMHC DAMES 1

Natuurlijk mag hier in de verslaglegging niet ontbreken, dat de dames van EMHC in de jaren ´50 en ´60 een aantal malen zuidelijk kampioen werden.

 

In de seizoenen 1956/57, 1965/66 en 1967/68 leidde dat zelfs tot het LANDSKAMPIOENSCHAP. Drie fantástische landstitels die eigenlijk met gouden letters in de muren van het clubhuis gebeiteld zouden moeten staan. Met alle vrolijk lachende gezichten van die dames eromheen gedrapeerd. De combinatie “EMHC en titels” was in het dames-hockey in die gouden jaren niets minder dan een nationaal begrip geworden.

 

EMHC Heren 1 behaalde de titel Kampioen van het Zuiden in het seizoen 1961/62 en miste de landstitel daarna op een haar na, zoals u dus al kon lezen in het begin van dit verhaal.

 

HEREN 1 EN DE HOOFDKLASSE/EMOZ

Tot slot van dit hoofdstukje wil ik nog even ingaan op heel speciaal de jaren 1975 en 1976, omdat die jaren naar mijn mening op een bepaalde manier héél cruciaal zijn geweest in de EMHC-historie. Met name toen voor de Heren-branche. Vanuit EMHC-perspectief stel ik die twee opvallende jaren gelijk met zoiets als “1600 Slag bij Nieuwpoort”. Wie kent zo´n jaartal niet, nietwaar?

Wat was het geval? EMHC Heren 1 degradeerde in 1975 uit de Hoofdklasse, die twee jaar tevoren was opgericht. Een pijnlijk moment voor de club, omdat aansluiting bij de top een duidelijk uitgangspunt was voor het toenmalige bestuur. Met name de toen hevig oplaaiende strijd met de grote en sterke clubs in de Randstad – zo was iedereen zich bewust – zou veel van de leiding en het kader van de club vragen. Dus werd er naarstig gezocht naar mogelijkheden om ook aan de Aalsterweg een machtig, landelijk bolwerk in stand te houden. Het leidde tot een concrete en misschien wel logische flirt met buurman Oranje Zwart. Besloten werd tot een fusie op enige termijn, mits de KNHB daaraan haar fiat zou geven. De naam zou dan “EMOZ” worden. Om een snelle terugkeer in de Hoofdklasse te realiseren (de heren-topteams van EMHC zowel als OZ speelden dus toen op het tweede niveau, de Overgangsklasse) werden de topspelers van beide clubs samengevoegd in dat team dat de meeste kans zou hebben om kampioen in één van de drie Overgangsklassen te worden. EMHC was toevallig ingedeeld in een sterke klasse en Oranje Zwart in een zwakkere, dus was het duidelijk, dat het sterke team zou gaan spelen in die zwakkere klasse onder de naam “Oranje Zwart”. EMHC leverde volgens afspraak zijn beste spelers aan dat team “Oranje Zwart” en een aantal OZ-spelers gingen spelen onder de naam “EMHC”: Dat team “Oranje Zwart” bestond bij meerderheid uit EMHC-ers, maar dat gebeurde dus heel bewust. Na promotie naar de Hoofdklasse en na de definitieve goedkeur van de fusie door de KNHB zou onze nieuwe Hoofdklasser dan – zoals gezegd - verdergaan onder de naam EMOZ. De bundeling van krachten leek perfect en er zou daardoor aan de Aalsterweg derhalve een Hoofdklasser kunnen ontstaan met uitstekende vooruitzichten. Deze toekomstvisie was goed overdacht door de OZ- en EMHC-bestuurders van die dagen, hoewel er binnen de beide verenigingen echt wel werd geslikt. Het was natuurlijk ook een ingrijpende zaak voor beide clubs. En wat voorzien werd gebeurde gelukkig! Het team “Oranje Zwart” maakte het helemaal waar en promoveerde naar de Hoofdklasse. Prima! Het team “EMHC” degradeerde helaas uit de Overgangsklasse naar de Eerste Klasse, maar dat was geen punt, want daar ging het op dat ogenblik eigenlijk niet om. En toen gebeurde het ongelooflijke….de KNHB verbood plotseling om tamelijk duistere redenen de beoogde fusie! Wat eerder wél was toegestaan in 1974 aan Den Haag (de fusie tussen HHIJC en TOGO, waaruit de club “Klein Zwitserland” was ontstaan), werd aan EMHC en Oranje Zwart bruusk ontzegd. Het heette, dat “de KNHB ineens geen voorstander meer was van dit soort fusies”. Tja!

Het fantastische succesverhaal van KZ, met kort daarop acht landstitels op rij, was verder voor Eindhovense insiders alleen maar zout in de - vooral aan EMHC-zijde - open wonde.

Voor EMHC Heren 1 en dus voor de status van de gehele club is dit een bijna onwezenlijk scenario geweest, met een einde als een nachtmerrie. Het is, naar ik meen, een cruciaal moment geweest voor de positie van EMHC op het landelijk toneel.

In de jaren ´90 kwam EMHC met zijn eerste heren-team nog één maal terug in de Hoofdklasse, om daar hetzelfde jaar helaas weer vrij kansloos uit te moeten degraderen.

 

 

DAMES 1 EN DE NIEUW ONTSTANE HOOFDKLASSE

Bij de dames verliep het verliezen van de landelijke EMHC-toppositie iets anders. Bij de start van de Hoofdklasse voor dames in het seizoen 1985/86 was EMHC present op het hoogste niveau. Die Hoofdklasse was tot stand gekomen door uit de vier verschillende districten de nummers 1 en 2 automatisch toe te laten. EMHC werd dat jaar in Zuid tweede en hoorde er dus bij. Helaas niet voor lange tijd, want de top werd (te) snel vaarwel gezegd. Op dit ogenblik komt Dames 1 uit in de 2e klasse en dat is voor EMHC nu niet bepaald de plaats waar onze dames – gezien de traditie - thuishoren. De weg naar hoger sferen moet maar weer gauw worden ingeslagen!

 

DE INTERNATIONALS VAN EMHC

Veel bekende EMHC-namen zijn dus hierboven al gevallen, maar laat ik “for the record” – en ook omdat ik dat opvallend op de site vond ontbreken – eens langs de namen en prestaties lopen van EMHC´s internationals. De dames en heren dus die op het hoogste niveau - met een klein roodzwart EMHC-vlaggetje in hun knuisten – Nederland wereldwijd hebben vertegenwoordigd. En die daarmee bijdroegen om hun club en ook zichzelf uiteraard landelijke en internationale bekendheid te geven. Een stel opvallende sporters, waar het EMHC van nú nog altijd zéér trots op mag zijn.

Dan begin ik uiteraard met de dames-internationals. Ik zal over ieder van deze EMHC-internationals iets zinnigs trachten te zeggen, zodat zij voor de EMHC-ers van nu wat bekender zullen worden. Ik doe dat zoveel mogelijk chronologisch. Hetzelfde zal geschieden met de heren-internationals van EMHC.

 

DE EMHC-DAMES-INTERNATIONALS

 

Trix Lemmens-Nillesen

Trix was een fenomeen in de jaren ´50 en ´60. Ze had een enorme wilskracht, veel snelheid en techniek en de gave om die techniek ook op hoge snelheid perfect uit te blijven voeren. Ze was als aanvalster dan ook levensgevaarlijk en maakte in haar 34 interlands liefst 17 doelpunten voor Oranje. Dat aantal interlands lijkt in deze tijd niet zo hoog, maar neemt u van mij aan, dat zo´n aantal in die jaren erg hoog was. Ze werd zeer terecht gekozen - na een tournee door de USA - in het Wereldteam. Met EMHC Dames 1 werd ze Zuidelijk Kampioen en ook Landskampioen van Nederland. Haar aandeel in die titels was bepaald niet gering, zoals ik met eigen ogen destijds heb mogen zien. Als Trix het op haar heupen kreeg, dan was het meteen gedaan met de tegenstander. Om een gekke vergelijking te maken, maar toch: als ze vandaag zou hebben gevoetbald, dan was ze zeker door Real Madrid weggekocht uit Eindhoven. In mijn beleving was zij de súperklasse. Trix was voorts actief - na haar carrière als speelster, samen met echtgenoot Hub - bij de oprichting van de hockeyclub in Eersel en ook nog als aanjaagster van het zo bijzonder sympathieke, belangrijke en vormende mini-hockey voor onze jongsten, met name in het zuidelijk district.

Len Nolte-Martens

Len was een fanatieke verdedigster, met een goed gevoel voor de juiste positie. Ze was de onbetwiste leidster achterin en sloeg bij EMHC menig strafcorner tegen de touwen. Dat mocht toen nog hoog, dus dat deed ze vaak. Len speelde 21 interlands en was in Oranje min of meer een laatbloeister, omdat ze pas op latere leeftijd daarin debuteerde. Net als Trix veroverde ze voor EMHC Dames 1 de zuidelijke titel en het Landskampioenschap.

Jos van Grimbergen-Heezemans

Jos was een stijlvolle en elegante linksbinnen, met een soepele techniek en een mooie, plotselinge versnelling. Haar techniek zou ik als “verfijnd” willen omschrijven. Samen met Trix en Len had ze dat stukje “extra” en maakten ze Dames 1 in die jaren die haast onoverwinnelijke kampioen. Josje kwam vier maal uit voor Oranje en scoorde vreemd genoeg niet als international. Ze trouwde met international Ab van Grimbergen, die volgens de overlevering HTCC wegens haar verruilde voor stadgenoot en rivaal EMHC. Tegenwoordig stappen ze in de top voor minder naar een andere club!

José van Aalst-Stoots

José begon in het doel bij stadgenoot Racing aan de Oude Bosschebaan in Woensel. Later kwam ze naar EMHC om daar haar aanzienlijke keepers-talenten te tonen. Ze keepte robuust en had een goede reflex en was bepaald niet bang uitgevallen. Veel aanvalsters kregen de schrik in hun knieën als ze in haar buurt moesten komen. Ze werd met EMHC Zuidelijk kampioen en ook Landskampioen. Ze kwam 10 maal uit voor Oranje.

Marianne Kuyper-Gremmen

Marianne was een lenige hinde in de aanval. Pijlsnel, fanatiek, zeer doelgericht en altijd uit op winst. Ze kon de perfecte counter spelen en scoorde dan heel gemakkelijk. Ze kwam 14 maal uit voor Oranje en scoorde daarin twee keer. Met EMHC-Dames 1 behaalde ze zowel de Zuidelijke titel als het Landskampioenschap in de jaren ´60. Als ik haar met een andere sporter zou moeten vergelijken, dan denk ik het eerst aan Marco van Basten.

Annelies Kaptein

Annelies was een snelle en doortastende rechterspits. Ze kon op hoge snelheid vanaf de zijlijn een perfecte voorzet afleveren. Altijd was er gevaar als zij aan de bal kwam. Ze kwam uit voor EMHC en later in haar studietijd voor Amsterdam en speelde liefst 45 interlands. Daarin scoorde zij vijf maal. Ze werd met EMHC Zuidelijk kampioen en ook Landskampioen in de jaren ´60.

Tanja van Oosterhout

Tanja was een rechtsbuiten die link kon spelen en nooit opgaf. Ze gaf aan een voorhoede dat extra wat je “gevaar” noemt. Terecht werd ze gekozen in Oranje en speelde 20 interlands. Ze kwam uit voor zowel EMHC alsook stadgenoot HTCC, daarboven aan de Oirschotsedijk.

Det de Beus

Det had alles wat een top-doelvrouwe nodig had. Lenig als een aal, ellenlange benen, een grote sprongkracht, goed balgevoel, geen angst, de wil om altijd te winnen, een prachtige reflex en een zeer solide basistechniek. Ik had het voorrecht haar als jong meisje in het keepersvak bij EMHC te onderrichten, omdat ik in die jaren als Oranje-doelman de jeugdkeepers op woensdag en/of zaterdag de fijne kneepjes mocht bijbrengen. Det ontwikkelde zich als een komeet en hield later altijd die zo noodzakelijke basistechnieken vast. Als Det in vorm was, dan kreeg geen vrouw ter wereld een bal er bij haar in. Ze kwam niet minder dan 84 keer uit voor Oranje en won haast alles wat er te winnen viel. Wereldkampioen, Olympisch Goud, Europees kampioen, gekozen in het Wereldteam. Ze staat te boek als de beste keepster aller tijden in Nederland. EMHC mag verguld zijn met haar.

Fieke Boekhorst

Fieke was het strafcornerkanon zonder weerga. Zij was kort en sterk en speelde in de verdediging. Als zij voor haar strafcorners naar voren kwam, dan werd zij op slag de Paul Litjens, Ties Kruize of Taeke Taekema van het internationale vrouwen-hockey. Haar nationale en internationale reputatie als strafcornerspecialist was enorm. Ze kwam vanuit het Helmondse HUAC naar EMHC en speelde het ongelooflijke aantal van 116 interlands. Daarin scoorde zij – en let nu goed op! – niet minder dan 128 goals, veruit de meeste daarvan uit haar dodelijke strafcorners. Net als Det de Beus won Fieke internationaal werkelijk alles wat er maar te winnen viel in die dagen. Ook alweer zo´n EMHC-fenomeen!

Cora de Wilde-de Grooth

Cora was een bevallige speelster om te zien spelen, maar met een enorme drive om te winnen. Ze was in haar teams een sterk stuwende kracht, zeg maar “een mooi-gestroomlijnde motor” op het middenveld. Ze kwam van het Haagse TOGO naar EMHC en kwam 27 maal uit voor Oranje. Daarin scoorde zij één maal. Later werd ze de succesvolle teambegeleidster bij hetzelfde Oranje.

 

Niet onvermeld mag hier dan nog blijven onze eigen Wieb Ramaer, die vanuit EMHC in de jaren ´70 naar Amsterdam vertrok en daar als keepster later het Nederlands Elftal haalde en daar in totaal vier maal voor uitkwam.

 

DE EMHC-HEREN-INTERNATIONALS


Han Drijver

Geboren Eindhovenaar(1927) Han was linksback van beroep en op die positie was hij – naar mijn eigen bescheiden mening en gelukkig ook die van heel veel anderen - de beste die Nederland ooit heeft gehad. Hij werd gekozen in het “Nederlands Elftal Aller Tijden”. Han kwam uit voor Leiden, EMHC en het Haagse TOGO en speelde 85 interlands, wat in de jaren ´40 en ´50 van de vorige eeuw een totaal onvoorstelbaar aantal was. Hij won met Nederland brons op de Olympische Spelen in Londen in 1948 en zilver op de Olympische Spelen in Helsinki in 1952. Hij zou ook naar de OS in 1956 in Melbourne gaan, maar door de brute Russische inval in Hongarije vlak daarvóór werd de Nederlandse ploeg plotseling teruggetrokken. Twee EMHC-ers waren daarvan de dupe: Han Drijver en Ab van Grimbergen. En eigenlijk nóg eentje in de vorm van nationaal tienkamper en latere EMHC-conditie-trainer Eef Kamerbeek. Allen hebben dat als zeer traumatisch ervaren, zo weet ik van hen persoonlijk. Met “De Batavieren” had ik in 1984 de eer om een wedstrijd achter Han als keeper te opereren, tegen een veel jonger team. Han was toen 57 jaar en nog steeds…….onwaarschijnlijk goed! Han scoorde 11 maal voor Oranje, maar tikte er vele malen méér uit als onverschrokken lijnverdediger bij de strafcorners. Hij overleed in 1986 als gevolg van een auto-ongeluk.

Maarten Steinz

Maarten was een goede aanvaller in het EMHC van eind jaren ´40. Eerder kwam hij ook uit voor de vereniging BHV. De overlevering verhaalt van zijn ludieke invallen en de vaak zeer originele oplossingen in zijn aanvalsspel. Hij kwam acht maal uit voor Oranje, wat in die jaren een zeer mooi aantal was. Hij scoorde niet in het nationale shirt. Later werd hij in Eindhoven een zeer bekend advocaat.

Ab van Grimbergen

Ab (voor de insiders “Appie”) kwam van stadgenoot HTCC naar EMHC en was toen al international. Hij was een gewiekste rechtsbinnen, met een goed spelinzicht, gevoel voor combinatie en het vinden van het juiste gat in een verdediging. Hij was handig en snel met de bal en kon gemakkelijk die vaak zo belangrijke strafcorner forceren. Die er vervolgens door strafcornerkanon Jos Maassen dan vrijwel altijd feilloos in werd geknald. In 1956 maakte hij deel uit van de Olympische Selectie, die op het punt stond om naar Melbourne te vertrekken. Die droom werd wreed verstoord door de Russische inval in Hongarije. Nederland besloot toen op het laatste ogenblik om zijn Olympische afvaardiging uit protest thuis te houden. Voor de geselecteerde sporters, waaronder Ab en ook EMHC-er Han Drijver, werd dat een nachtmerrie van de ergste soort. In 1962 werd Ab met EMHC Kampioen van het Zuiden en EMHC miste helaas op een haar na de landstitel. Ab kwam 20 maal uit voor Oranje en scoorde daarin zeven maal. Hij was bondscoach van het Nederlands Elftal in 1972 tijdens de Olympische Spelen van München en werd later met datzelfde Oranje in 1973 in Amstelveen Wereldkampioen. Naderhand werd hij benoemd in het Bestuur van de FIH, zeg maar de FIFA van het wereldhockey. Hij trouwde met EMHC-international Jos Heezemans en zij kregen onder anderen een zoon Maarten, die later - als lid van het Haagse HCKZ - liefst 145 maal voor het Nederlands Elftal zou uitkomen.

Jan Willem Buij

Nu moet uw schrijver ook nog wat over zichzelf gaan vertellen hier en hij zal zich daartoe maar beroepen op de algemene verhalen in de pers in die dagen, nog steeds netjes verzameld in zijn vergeelde plakboeken. Ik schrijf het dus ook maar in de derde persoon, teneinde uniform te blijven hier. Uw schrijver debuteerde in 1961 als keeper op 15-jarige leeftijd in EMHC Heren 1, dat toen gold als één van de sterkste teams in het land. Later mocht hij dat in 1962 op 16-jarige leeftijd nog eens dunnetjes overdoen in de strijd om het Landskampioenschap, waarover hier eerder al wat meer stond vermeld. Hij kwam 19 maal uit voor Oranje(EK,WK, lid Olympische selectie München 1972) en werd geroemd om zijn stijlvolle keepen, gebaseerd op een zeer goede techniek, en dat gepaard aan snelle reflexen, opgebouwd in onder andere het watervlugge zaalhockey. Hij was de eerste keeper ter wereld met een gezichtsmasker en ook nog een body-protector. In het 8-landen-tournooi in Bombay(India) in januari 1970 leidde dat op de dikbevolkte tribunes tot de nodige hilariteit onder de toeschouwers, die zoiets raars op een hockeyveld nog nooit eerder hadden gezien. Hij voerde een bikkelharde en door de landelijke pers met passie gevolgde strijd om de eerste plaats onder de Oranje-lat met plaatsgenoot Maarten Sikking van HTCC. For the record: Sikking keepte in die periode van harde en opvallende onderlinge strijd 34 interlands(hij lag al drie interlands vóór bij het begin) en Buij 19.

Jan Willem was jarenlang aanvoerder van EMHC Heren 1. Hij stopte in 1975, om in 1982 – samen met onder anderen de oudgedienden Gerard Paats, Irving van Nes, Jan Albers, Paul Esmeijer en Pol Martin - nog één seizoen terug te keren in EMHC Heren 1.

Irving van Nes

Irving kwam naar Eindhoven als student aan de TU. Hij werd daardoor – bijna logischerwijze - lid van EMHC en kwam eerder uit voor het Bloemendaalse BMHC. Irving speelde linksbuiten in Heren 1 eind jaren ´60/begin jaren ´70. Hij had een geweldige loopsnelheid en ook een ongekend uithoudingsvermogen. Hij blééf als het ware gaan, bijna altijd op maximale snelheid. Zijn schot was hard, soms wat wild, maar als het op doel was, dan was het vaak raak. Hij maakte de realisatie van het EMHC-Hoofdklasseschap mee in 1973, toen de nationale Hoofdklasse in dat jaar door de KNHB werd opgericht. Irving kwam 19 maal uit voor Oranje en scoorde daarin één maal. Hij maakte o.a. de Olympische Spelen in München 1972 mee, met het vreselijke Israëlische drama daar. Later zou hij als aanvallende rechtshalf nog uitkomen voor het Haagse HCKZ, om in 1982 nog één maal in EMHC Heren 1 terug te keren. Thans is hij lid van het KNHB-bondsbestuur.

Gerard Paats

Gerard hield als verdediger van het miniatuurkleine werk op de vierkante centimeter. Zijn techniek was zeer geraffineerd, hij hield van het absurde risico in de eigen cirkel. Altijd mooi, nooit lomp of grof. Breien, breien en nog eens breien. En hij kwam er bijna altijd zonder echte kleerscheuren uit. Adembenemend! Het was een groot genoegen om als keeper achter een Ausputzer van deze allure te hebben gespeeld. We hielden – en ik denk houden nog altijd - met EMHC 1 het record “minste tegendoelpunten op het hoogste niveau” . Dat bedroeg in één seizoen slecht drie (!) tegentreffers. Speciaal Gerrit en uw kroniekschrijver waren daar vele jaren later nog apetrots op. Ger kwam twee maal uit voor Oranje, de eerste en meteen ook de laatste keer. Nee, alle gekheid op een stokje, hij speelde dus één interland met Oranje. Dat gebeurde helaas voor hem ergens in Great-Britain in de stromende regen en als brildrager zag hij letterlijk geen bal. Dat kostte hem kennelijk zijn interland-carrière, hetgeen doodzonde was voor een speler met zijn capaciteiten. Ger trouwde met oer-EMHC-ster Lot de Vos, ook speelster van EMHC op het hoogste niveau. Ook Lot was zo´n EMHC-ster die altijd heel veel in de weer was voor haar club, met van alles en nog wat. Lot is thans actief in de hoogste KNHB-regionen met het Nederlandse tophockey in haar portefeuille. Haar man en ons aller goede vriend Ger ontviel ons helaas veel te jong en zeer plotseling in 2002 op 56-jarige leeftijd.

 

Dan tot slot en voor de volledigheid nog een paar EMHC-ers die wél interlands speelden, maar niet tijdens hun EMHC-tijd. Allereerst hebben we daar Harrie Derckx, die de Olympische Spelen van Londen 1948 en Helsinki 1952 meemaakte en daar brons en zilver won met Nederland. Harrie speelde voor Deventer en Venlo in die tijd en kwam 52 maal uit voor Oranje. Later kwam hij naar EMHC als zeer ervaren back en behaalde met EMHC Heren 1 in 1962 het Zuidelijk kampioenschap. Hij overleed in 1984 op 65-jarige leeftijd en was tevoren o.a. regionaal bekend als burgemeester van Budel.

Dan zien we Joop Hillenius, die tijdens zijn Haagse TOGO-tijd vier maal uitkwam als middenvelder voor Oranje. Joop was een doorzetter van het zuiverste water, met een goed spelinzicht en ook op het veld een goede babbel, vooral tegen de scheidsrechters. Soms is dat heel nuttig. Joop werd later voorzitter van EMHC en zette zich ook op ander vlak vaak volledig in voor de club. Hij volgde de wedstrijden altijd vol overgave en met Joop aan de zijlijn wist je je altijd als speler vocaal zwaar gesteund. Heel spijtig overleed Joop op het hockeyveld op 61-jarige leeftijd.

Verder hebben we dan Jan Albers, niemand minder dan de huidige voorzitter van de KNHB. Jan kwam al jong als groot talent van Basko uit Veldhoven naar EMHC. Hij eiste ook al snel een vaste plaats op in Heren 1. Hij verkaste later naar o.a. Tilburg en in die periode werd hij zes maal gekozen in Oranje en maakte de Olympische Spelen mee in 1976 in Montreal. In 1982 zou hij nog even – met succes - terugkeren in EMHC Heren 1. Weer later werd hij teambegeleider van de Oranje-hockeydames.

Ook Bas Maassen, zoon van eerdergenoemde vader Jos en moeder Els, die beiden in het eerste van EMHC speelden, kwam later – in zijn Tilburgse tijd – vier maal uit voor Oranje. Hij kwam vanuit de junioren in Heren 1 bij EMHC en verkaste toen naar Tilburg.

Tot slot dan: ook beroemde internationals als Oranje-aanvoerder Frans Fiolet(HDM, 47 caps), Jaap Voigt(Hurley/Amsterdam, 41 caps) en Chris Mijnarends(Amsterdam, 21 caps) werden lid van EMHC in hun latere hockeydagen. En voor de golfliefhebbers: onze beroemde golfprofessional Maarten Lafeber was in zijn jonge jaren een verdienstelijk junior binnen EMHC.

 

EPILOOG

Zoals ik al eerder vermeldde, is het hierboven voor u neergepende verhaal slechts een beperkte greep uit een grote en rijkgevulde EMHC-lade, maar niettemin is het er een. Volledigheid blijft helaas een illusie en ik hoop slechts, dat er geen grove onjuistheden door mij zijn gedebiteerd. In dat geval komt u natuurlijk meteen in actie.

Mijn dank bij de productie gaat uit naar mevrouw Marie Thérèse Martin en het echtpaar Hub en Trix Lemmens voor hun spontane steun bij het opdiepen voor mij van een aantal aan mij niet-bekende of slechts deels bekende EMHC-feiten en wetenswaardigheden.

Mocht u dus feiten of cijfers zien hierboven die volgens u niet zouden kloppen, dan kunt u uiteraard via de EMHC-site hierop reageren en een verbetering voorstellen. En natuurlijk zou het prachtig zijn als u met eigen wetenswaardigheden of mooie anekdotes rond EMHC deze site verder zou willen gaan verlevendigen. Hoe dat dan precies in zijn werk moet gaan laat ik graag over aan de bij EMHC bevoegde instanties.

Het was leuk om weer een tijdje – al tikkend op mijn pc – in het roodzwart te hebben gedacht.

 

Met beste sportgroet,

Jan Willem Buij 

Spanje, Voorjaar 2010

 

 

-0-0-0-

 

 

 


 

 


 

 

Sportiviteit, ambitie, talent en gezelligheid. Als de oudste hockeyvereniging in Eindhoven heeft EMHC in de loop van ons bestaan een juiste balans tussen deze punten weten te vinden. Wij zijn een grote club waarbinnen ieder lid als individu belangrijk is.


Sportiviteit: Of je nu valt in de categorie jeugd, veteraan, student, senior of je bent lid van ons rolstoelhockey team ‘De Bulls’, of je doet alleen mee aan trimhockey, bij EMHC vind je mensen die iedere week met plezier een sportieve prestatie leveren op hun eigen niveau.

Ambitie: Wij zijn een club met ambitie. Niet alleen qua sportieve prestaties blijven we verbeteringen boeken, ook qua aantal leden groeien wij gestaag. Doel is om het ledenaantal te vergroten van de 1.000 huidige leden naar 1.200 leden binnen drie jaar. Vooral het werven van nieuwe jeugdleden is bij ons prioriteit nummer 1, want `wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.`

Talent: Sportiviteit voor wat betreft gezelligheid en de actieve inzet van leden kenmerkt onze club. Maar ook sportiviteit als het gaat om


 

Login Mijn EMHC
 
 

Klik hier voor het aanmaken van een (nieuw) wachtwoord als je nog geen wachtwoord hebt of je wachtwoord kwijt bent.

Gebruiksaanwijzing
Wachtwoord Aanmaken




Jarigen komende week
26 Mei Cathelijne van Vliet
Emmy Schellekens
27 Mei Famke Martens
Vera Kapell
Ivonne van der Honing
28 Mei Rob Betman
Eric van As
29 Mei Bas Erps
Frances Gerla
June Weijers
Hanne de Groot
30 Mei Imre Linssen
31 Mei Floris Streutker
Benthe van den Boom
1 Jun Michiel Osse
Jelte Knossen
2 Jun Fleur van Dijk
Bart Reijers
Stephanie van Dijk